Naar aanleiding van de parlementsverkiezingen van 10 juni schreef onze belhamel Albert een nieuwe versie van het liedje "Land van Maas en Waal" namelijk "Land van Dwaas en Waan" verwijzend naar het federale parlementaire circus. Boudewijn de Groot van zijn kant vond zijn inspiratie in het meesterlijk geschilderde "circus van Jeroen Bosch" onderdeel van het middenpaneel van het drieluik "De Tuin der Lusten".

De belhamelse versie vindt u onderaan op deze pagina.

Het land van Dwaas en Waan.

Onder de groene hemel in de paarse zon
speelt het blikken harmonieorkest
in een grote grabbelton.
Daar trekt bol van leugens
in alle vreê en peis
de lange stoet der dwergen naar
het rooie paradijs.
En ze graaien en ze gappen
en ze lachen allemaal,
want daar achter ’t verre Bergen wenkt
het land van Dwaas en Waan.

Guy loopt gearmd met z’n Freya voorop,
daarachter Didier Reynders,
Elio d’r bovenop,
en dan de grote W(ee)haan
die legt zijn koekoeksei,
wanneer dit kipt dan regent het
belastingen voor mij.

Ik reik Laurette m’n koperen fluit,
plots komen er twee moren en dan
is mijn liedje uit,
ze blaast er de fanfare ter ere van Leman
die trouwt ons met de dwangbuis
want wij houden van elkaar.

En onder Yves Leterme
en onze vriend Wallon,
speelt nog steeds het harmonieorkest
van den Albert second.
Daar trekt op hun kemels
aldoor de Vlaamse rand
de lange stoet der dwergen wég
uit het verloren land,
en ze praten en ze gapen
en ze zwanzen: “onverwijld”
want daarachter het verre Bergen
wenkt het land van Dwaas en Waan.

Het leed is geleden de horizon gloort
wanneer 'den taaie' koning wordt
en ‘t parlement verstoort
dan steken we de loftrompet
voor elken dikken draak,
en eten ’s avonds zandgebak
op ’t feestje van Klaas Vaak.

Belhamel

 

6/06/07